Voor organisaties

Hoe kan je als organisatie zeggen ‘Ik Ben Autovrij’?

Autoverkeer voor uw organisatie wordt veroorzaakt door werknemers, leveranciers en bezoekers.

Werknemers

Werknemers moeten geholpen worden om van autobezit af te zien. Als ze forensen om naar de organisatie te komen dan kunnen ze ook:

  • met de fiets en/of het ov reizen (vaak al het geval)
  • het ov combineren met een taxi (wordt onderschat)
  • samen rijden in een auto van een werknemer (carpooling)
  • met veel werknemers, ook die bij de buren, samen rijden (een shuttle naar het station)
  • met een flexlease-auto komen (contract voor een deelauto op straat)

Ambulante werknemers zijn vaak aangewezen op een auto. Maar ook daar zijn alternatieven voor. Denk aan (elektrische) fietsen, bakfietsen, deelauto’s (binnen of buiten het bedrijf) of noviteiten als een elektrische brommobiel voor leveringen. Voorkom dat ambulante werknemers kris-kras door het land rijden maar plan efficiënte routes.

Juist binnen een organisatie zijn auto’s goed te delen zodat ze zo min mogelijk stil staan en zoveel mogelijk gebruikt worden. Want dan zijn er minder auto’s. Voorkom individuele ‘eigen’ auto’s voor werknemers. Het is misschien goedkoper, makkelijker te organiseren, fiscaal aantrekkelijk en een extrensieke motivatie voor werknemers, maar dat werkt het ‘autovrij zijn’ allemaal tegen.

Leveranciers

Voor leveranciers is het optimaliseren van autogebruik belangrijk om winstgevend te zijn. De auto is een kostenpost die de eindprijs bepaalt. De prijs van autogebruik is effectief te verhogen door de lokale overheid eisen laten te stellen aan de auto. Die kosten verhoogt u door zo’n gemeente te kiezen en de leverancier moet daar op reageren. Kies dus eerder een stad dan een industrieterrein.

Als u gevestigd bent in een zero-emissie zone, in een gebied met venstertijden, louter dure straatparkeerplaatsen, dan gaat de leverancier oplossingen zoeken die toegestaan en praktisch zijn. Een lokatie die onvriendelijk is voor auto’s is vaak wel vriendelijk voor mensen: werknemers en klanten die met het ov of met de fiets komen. Werknemers zijn doorgaans ook verantwoordelijk voor meer verkeersbewegingen dan die van leveranciers, ze komen immers dagelijks van ver uit allerlei richtingen. Veel leveranciers daarentegen rijden een extreem efficiënte geplande route langs meerdere adressen waar ze eventjes stoppen.

Als u zich vestigt op een autovriendelijke plek dan veroorzaakt uw organisatie autogebruik en autobezit.

Laat leveranciers maar klagen over uw ‘onbereikbaarheid’, daar betaalt u ze voor.

Is uw eigen organisatie werkzaam in de logistiek, dan geldt nog steeds het advies om de werknemers niet naar een autovriendelijke plek te laten komen. Die werknemers rijden dagelijks op en neer. De logistieke auto’s rijden overdag een route, een rondje: vertrekken vol en komen leeg terug. De logistieke hub, de productie en de overnachting van het autopark zitten dan misschien wel op een autovriendelijk industrieterrein, maar hou de ondersteunende werknemers daar zoveel mogelijk weg.

Bezoekers

Om te beginnen is het zaak om ‘niet met de auto te komen’ naar uw organisatie als vanzelfsprekende eerste optie te presenteren:

  • Welk station is het dichtst bij?
  • Hoeveel minuten is het met de ov-fiets vanaf het station en hoeveel minuten is het lopen?
  • Welke bus- of tramhalte is dichtbij?
  • Hoeveel rekent een taxibedrijf voor een ritje? Wat is het telefoonnummer van het lokale taxibedrijf?

Misschien kunt u zelfs een gratis te gebruiken bedrijfsfiets met een cijferslot op het station klaar zetten. Met op het stuur een plankje waar de route naar uw organisatie op staat uitgetekend; geen smartphone nodig.

Als bezoekers toekomstige klanten zijn dan is het moeilijk ze te confronteren met betaald parkeren. Toch is het belangrijk om er voor te zorgen dat ze niet gratis kunnen parkeren want dan komen ze eerder met de auto. Sterker nog, menig bezoeker profiteert graag van uw gratis parkeerplek als er betaald parkeren geldt. En bezoekt dezelfde dag nog anderen terwijl die auto ondertussen bij u op het terrein achterblijft.

Geef uw parkerende bezoeker daarom altijd de waarde van het parkeren door, werk met nauwkeurige begin- en eindtijden, ook al is het op uw eigen terrein. Werk met een slagboom en reken een parkeertarief. Het parkeergeld is evengoed na het parkeren weer te declareren maar het is van (grote) waarde.